Benno Premsela
Benno Premsela (1920-1997) was van 1962 tot 1971 voorzitter van het COC en oprichter van het tijdschrift Dialoog (1964). Zijn opleiding interieurvormgeving werd onderbroken toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog moest onderduiken. Toch stopte hij niet met ontwerpen. Na de oorlog werd hij beroemd met zijn kunstzinnige etalages, moderne interieurs en vanwege zijn openlijke homoseksualiteit.
Auteur: Kiki Ernst
Thema: Iconen
Ontwerper voor, na, en tijdens de oorlog

Benno Premsela werd in 1920 geboren als jongste van drie kinderen in een Joods gezin. Zijn vader, Bernard Premsela, was huisarts en de eerste seksuoloog van Nederland. Premsela groeide op in een gezin met progressieve denkbeelden waar homoseksualiteit geen taboe was; geregeld kwamen er homovrienden over de vloer.

Premsela begon een studie interieurvormgeving aan de Nieuwe Kunstschool, maar moest zijn opleiding onderbreken tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Na de Februaristaking in 1941, een verzetsactie tegen de Jodenvervolging, doken Premsela en zijn broer Robert onder. Hun ouders en zus ontkwamen niet aan de vervolgingen. Zij werden afgevoerd naar Auschwitz, waar ze vermoord werden.

Tijdens de onderduik ontwierp en vervaardigde Premsela leren damestassen. Het was in deze zelfde periode dat hij zich volledig bewust werd van zijn geaardheid. Volgens Premsela hadden de oorlogservaring en discriminatie die hij had meegemaakt ervoor gezorgd dat hij na de oorlog open durfde te zijn over zijn homoseksualiteit: ‘Omdat ik die oorlogservaring had gehad dacht ik bij mijzelf, er kan mij natuurlijk helemaal niets meer gebeuren.’

Na de oorlog werkte Premsela op de meubelafdeling van De Bijenkorf. Vanwege zijn oog voor interieur werd hij in 1956 hoofd van de etalage-afdeling. De etalages die hij samen met mede-ontwerper Anni Apol inrichtte werden zo beroemd dat mensen speciaal kwamen kijken wanneer de etalages gewisseld waren.

Datzelfde jaar begon zijn samenwerking met ontwerper Jan Vonk. Na Premsela’s vertrek bij de Bijenkorf in 1963 richtten ze samen het bureau Premsela Vonk op. Ze verzorgden de vormgeving en huisstijl van verschillende bedrijven. Zo richtten ze de kantoren van ABN AMRO opnieuw in. Het bekendste ontwerp van Premsela is de ‘Lotek-lamp’ uit 1982, een vierkante lamp ontworpen uit frustratie dat andere lampen niet prettig waren om bij te lezen.

COC en Dialoog

Premsela werd in 1947 lid van de Shakespeare Club. In 1949 kwam hier het COC uit voort, waar hij van 1962 tot 1971 voorzitter van was. De meeste COC-leden gebruikten een schuilnaam, maar Premsela besloot dit niet te doen. In 1964 was Premsela, na Gerard Reve, de tweede Nederlandse man die op tv openlijk uitkwam voor zijn homoseksualiteit.

Als oud-voorzitter van het COC was Premsela betrokken bij de oprichting van Homomonument Amsterdam. Hij was in 1980 voorzitter van de jury die het ontwerp voor het monument koos.

Omdat ik die oorlogservaring had gehad dacht ik bij mijzelf, er kan mij natuurlijk helemaal niets meer gebeuren.

- Benno Premsela

In 1964 richtte Premsela het tijdschrift Dialoog op, met Gerard Reve als een van de redactieleden. Het tijdschrift werd uitgegeven door Stichting Dialoog, die op haar beurt ondersteund werd door het COC. Het eerste nummer kwam uit in 1965 en legde uit dat het tijdschrift een ‘volledig open en vrij gesprek’ moest faciliteren tussen homo’s en hetero’s, en tussen homo’s onderling.

Het eerste nummer van Dialoog was al snel uitverkocht, dankzij de bijdrage van Reve. Dit was ‘Brief Aan Mijn Bank’, waarin hij God verbeeldde als een ezel waarmee hij het bed wilde delen. Dit leverde kritiek uit de religieuze hoek op en Reve werd beschuldigd van godslastering; een aanklacht die later verworpen werd door de Hoge Raad.

Dialoog werd na drie jaar opgeheven, omdat het bestuur vond dat de media ‘op uitstekende wijze aandacht zijn gaan schenken aan zaken die homofilie ten nauwste raken’.

Persoonlijk

Premsela woonde lange tijd samen met zijn partner Friso Broeksma (1942-2015) in een pand op de Keizersgracht 518 in Amsterdam, dat ze naar eigen ontwerp hadden laten verbouwen. Het stel had een open relatie, volgens Premsela vooral omdat Broeksma een stuk jonger was en hij hem niets wilde ontzeggen.

Het huis van Premsela stond altijd open en er kwam een grote verscheidenheid aan mensen op bezoek. Hij liet zijn persoonlijke leven en zijn werkleven graag in elkaar overlopen. Zo nodigde hij potentiële klanten geregeld uit om bij hem thuis, samen met zijn vrienden, te komen eten. Vrienden van Premsela omschreven hem als iemand die initiatief nam en risico durfde te nemen.

Over wat zijn passie en werk motiveerde zei Premsela: ‘Juist omdat je het flink voor de kiezen krijgt word je gedwongen om over de dingen na te denken, en kan je niet van de wieg tot het graf het leven aan je voorbij laten gaan.’ De inzet van Premsela bij het COC en zijn besluit om op tv een coming-out te doen, hebben geholpen de dialoog rondom de positie van de lhbti+-gemeenschap te openen.

Verder lezen/kijken
Fotocredits
Getoonde materialen komen uit het IHLIA-archief, tenzij anders vermeld. Van links naar rechts, boven naar beneden:

Affiche voor IHLIA-exposite ‘Benno Premsela (1920-1997): voorvechter van homo-emancipatie’. Gemaakt door Gemma Rameckers (2008)

Boekcover ‘Benno Premsela: 1920-1997: voorvechter van homo-emancipatie’ door Bert Boelaars. Uitgegeven door: Toth te Bussum (2008)

Literatuur en bronnen

‘Benno Premsela’. Op joodsamsterdam.nl

Bert Boelaars, ‘Reve en Premsela in jaren zestig op één lijn over homo-emancipatie’. Op Nader tot Reve, 6 februari 2008.

Dialoog 1, 1 (1965).

Gemeente Amsterdam,  ‘Erfgoed van de Week | Van Lotek lamp tot Homomonument: het erfgoed van Benno Premsela’. Op amsterdam.nl.

‘Koninklijke goedkeuring na tien jaar. COC wordt erkend’. In de Volkskrant, 18 september 1973.

 

Filter