De Genderstichting
De Genderstichting, kort voor Stichting Nederlands Gender Centrum (1972-2009), was de eerste organisatie in Nederland die zich inzette voor de belangen van transgenders. De stichting bood medische en sociale zorg en hielp mensen om hun geboorteakte te kunnen wijzigen.
Auteur: Alex Bakker
Thema: trans*, grassroot, gender
Weg van de psychiatrie

Tot eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de twintigste eeuw bestond er niet of nauwelijks transgenderzorg. Transgenders werden bespot, uitgemaakt voor geestesziek of voor perverselingen. De meeste van hen bleven angstvallig in de kast. Vaak ontbrak het hen aan woorden voor hun gevoelens, wat het lastig maakte om gericht op zoek te gaan naar steun en zorg.

De enkelingen die hulp van de huisarts inriepen, belandden bij de psychiater. Die probeerde hen dan te genezen van de ‘waan der geslachtsverandering’, zoals het in de handboeken heette, met jarenlange psychotherapie, medicatie en soms zelfs met elektroshocktherapie.

Otto de Vaal, een progressieve en sociaal bewogen hormoonarts, werd in 1968 bij een patiënt geroepen die weigerde op de mannenzaal te liggen. Geïntrigeerd verdiepte De Vaal zich in het fenomeen transseksualiteit. Hij ontdekte hoe afwijzend psychiaters zich tegenover transmensen opstelden en hoe schrijnend het gebrek aan hulp en begrip was. Daarom opende hij een spreekuur voor transgenders aan huis, schreef hormonen voor en bood samen met zijn vrouw Liselotte Demmers sociale hulp, bijvoorbeeld bij problemen met de politie.

Steeds meer trans mensen wisten zijn huispraktijk te vinden. De Vaal deed tegelijkertijd research en publiceerde zijn bevindingen in 1971 in het boek Man of vrouw? Dilemma van de transseksuele mens. Hoopvol schreef hij: ‘Gezien de doorbraak die zich binnen nauwelijks tien jaar heeft voltrokken wat betreft technieken van anticonceptie en vruchtverwijdering, en het verbreken van seksuele taboes, mag men verwachten dat de moderne mens de transseksualiteit binnen afzienbare tijd zonder moeite zal accepteren.’

Humanistische bezieling

Hormonen kon De Vaal zelf voorschrijven, maar hij moest lang zoeken naar een plastisch chirurg die geslachtsaanpassende operaties wilde uitvoeren. Philip Lamaker, een jonge, onconventionele plastisch chirurg van de kleine kliniek Beatrixoord in Amsterdam, bleek de enige te zijn. Om de hulpverlening een steviger basis te geven richtte Otto de Vaal in 1972 de Genderstichting op. Puttend uit zijn goede netwerk strikte hij bestuursleden die veel maatschappelijk aanzien genoten, zoals een hoogleraar, een rector-magnificus en een adjunct-directeur van de GG en GD. Vanuit een zekere idealistisch bezieling wilden deze mensen graag de gemarginaliseerde transgenderminderheid helpen.

Het doel van de Genderstichting was om medische hulp aan transgenders te garanderen en om hun maatschappelijke positie te verbeteren. Cruciaal was dat de ziekenfondsen meewerkten en daarin was de Genderstichting succesvol. Al in 1972 vergoedden de eerste grote ziekenfondsen de kosten van de behandeling. Wanneer iemand toch buiten de boot viel, sprong de Genderstichting financieel bij.

Otto de Vaal wilde dat transgenders zo min mogelijk met psychiaters te maken kregen. Maar in het bestuur zat – op wens van de andere leden – ook George Ladee, psychiater van het Rotterdamse Dijkzigtziekenhuis. Ladee geloofde wél in een psychiatrische aanpak en dus botsten hij en De Vaal hevig. Tijdens de maandelijkse bestuursvergaderingen ontstonden grote ruzies.

Uiteindelijk trok De Vaal zich na een hartaanval terug uit de Genderstichting. Grad Hellinga van het VU-ziekenhuis nam de hormoonbehandelingen over. Opvolger voor het psychologische deel was Anton Verschoor. Net als De Vaal legde Verschoor zijn ziel en zaligheid in het werk. Hij deed als vrijgevestigd psycholoog namens de Genderstichting de intakes en diagnostiek en werkte samen met de artsen van de VU-genderpoli.

Voor de rechter

De VU nam langzamerhand de medische behandeling over maar voor de maatschappelijke positie van transgenders bleef de Genderstichting belangrijk. De stichting regelde fondsen, bemiddelde in arbeidsconflicten en zorgde er uiteindelijk voor dat transgenders ook voor de wet van geslacht konden veranderen.

Bestuurslid en jurist Frans van der Reijt begon hier al vroeg in de jaren zeventig mee. ‘Ik ben toen gaan snuffelen in de wet en vond daar een artikel dat zogenaamde “misslagen” in geboorteaktes verbeterd konden worden. Met dit wetsartikel kon een transgender een rechtszaak beginnen.’

Sommige rechters gingen erin mee, andere niet. Het werd helder dat er een aparte wet voor geslachtsverandering moest komen. Na veel lobbywerk achter de schermen werd de wet in 1985 ingevoerd. Dat als voorwaarde voor juridische erkenning de persoon in kwestie onvruchtbaar moest worden, zou pas veel later als probleem worden gezien.

De Genderstichting hief zichzelf in 2009 op. Het bestuur was blij om te erkennen dat de rol van belangenbehartiging door andere partijen was overgenomen en dat het emancipatiewerk van de Genderstichting niet meer nodig was.

Fotocredits
Getoonde materialen komen uit het IHLIA-archief, tenzij anders vermeld. Van links naar rechts, boven naar beneden:

Boek Otto de Vaal: Man of vrouw?: Dilemma van de transseksuele mens uit 1971

Foto Otto de Vaal (jaartal en maker onbekend)

Foto Frans van der Reijt (jaartal en maker onbekend)

Literatuur en bronnen

Alex Bakker, Transgender in Nederland. Een buitengewone geschiedenis (Boom Uitgevers, Amsterdam, 2018).

Archief Stichting Nederlands Gender Centrum, ondergebracht bij het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme, VU.

Filter