Queer
‘Queer’ is een woord dat zich heeft ontwikkeld van scheldwoord tot geuzennaam. In de jaren tachtig kreeg het woord ook een wetenschappelijke dimensie met de ontwikkeling van queer theory. Na 2000 waren er steeds meer jonge mensen die zich niet in een hokje van ‘lhbti’ wilden laten duwen en zich liever ‘queer’.
Auteur: Martien Sleutjes
Thema: Protest
Oorsprong

‘Queer’ betekent van oorsprong in de Engelse taal ‘niet normaal’ of ‘raar’. Rond 1900 kreeg het de bijbetekenis van ‘homoseksueel’, vooral in de Verenigde Staten. Voor veel mensen verwees het woord naar iets schandelijks of verbodens. Het trok wel de aandacht, en uitgevers van pulpromans speelden daarop in door ‘queer’ in de titels van hun boeken te gebruiken. In 1963 publiceerde Douglas Plummer (pseudoniem) in Engeland, waar homoseksualiteit toen verboden was, het boek Queer people. The truth about homosexuals. Hier werd het woord voor het eerst gebruikt als zelfbenoeming.

Het duurde nog even voor ‘queer’ binnen de lhbtiq+-gemeenschap ingang zou vinden als gangbaar woord voor zelfbenoeming. In het Engelse taalgebied werd in de jaren zeventig eerst ‘gay’ uit het verdomhoekje gehaald met de introductie van termen als ‘gay pride’. In Nederland gebeurde dat met ‘flikker’ en ‘pot’; hier werd ‘gay’ pas later een standaardwoord.

In de VS zorgden de activisten achter Queer Nation ervoor dat ‘queer’ meer verbonden werd met lhbti-identiteit.  Ze waren het zat dat acties tegen aids zich eind jaren tachtig vooral bezighielden met de sociaal-medische kant van de ziekte. Aidsvoorlichting was zich steeds meer gaan focussen op gedrag in plaats van identiteit. In de voorlichting werden allerlei groepen aangesproken op hun gedrag om infectie met en verspreiding van aids te voorkomen of adequaat te behandelen.

Queer Nation richtte in 1990 opnieuw de aandacht op de homofobe vooroordelen achter aids. ‘We are here, we’re queer. Get used to it.’

Queer theory

Queer Nation bestond maar kort, maar er was iets losgemaakt. De discussie rond aids, seks, gedrag en identiteit stimuleerden feministische wetenschappers om de kortsluiting die het scheldwoord ‘queer’ veroorzaakte in hun werk te gebruiken. Het voorzag in de behoefte aan een nieuwe werktheorie. In die theorie moest het traditionele heteronormatieve seksemodel ter discussie worden gesteld. De theorie diende het hele spectrum van seks, sekse, seksualiteit, seksuele geaardheid en gender-identiteit te benoemen.

In 1991 verscheen het artikel ‘Queer Theory: lesbian and gay sexualities’ van Teresa de Lauretis. Zij zocht naar een concept waarin seksualiteit fluïde is en niet binair zoals man-vrouw of homo-hetero. Dit verzet tegen bestaande normeringen werd door Judith Butler uitgewerkt: niemand is of heeft een gender bij geboorte. De koppeling met sekse wordt gemaakt in de opvoeding en de perceptie over de rol die sekse heeft. In deze theorie gender is veranderlijk.

Hoewel er in de loop der tijd wetenschappelijke kritiek kwam op de theorie, is de kracht van het woord ‘queer’ gebleven. Het schuurt en voelt ongemakkelijk, en kan zodoende fungeren als vertrekpunt om verschillende kwesties aan de orde te stellen.

Na 2000

De roze gemeenschap voegde steeds meer letters toe aan de afkorting waarmee ze zichzelf benoemde. Begonnen met de l ‘lesbisch’ en de h van ‘homo’, werden de letters b van ‘biseksualiteit’ en t van ‘transgender’ toegevoegd. De regenboogvlag kreeg extra kleuren.

Jonge mensen begonnen zich echter steeds meer te ergeren aan de blijvende hokjesgeest in de lhbti-gemeenschap. Bovendien zagen ze binnen de gemeenschap nog steeds de heteronorm, het binaire denken in man of vrouw en andere vormen van normering, bijvoorbeeld naar ras of leeftijd. Hun eigen beleving was veel meer fluïde.

In de grote steden zijn er nu queer-groepen zonder duidelijke organisatie. Dat past ook niet bij hun fluïde identiteit. De leden treffen elkaar op feesten, festivals en in alternatieve disco’s. Maar ze zijn ook actief bij het organiseren van politieke bijeenkomsten waar onrecht op basis van uitsluiting van mensen centraal staat. Dat het woord ‘queer’ in de commerciële uitingen vaak als variant op ‘gay’ wordt gebruikt, is voor hen een ergernis. Dat doet geen recht aan hun visie.

Fotocredits
Getoonde materialen komen uit het IHLIA-archief, tenzij anders vermeld. Van links naar rechts, boven naar beneden:

Groene button met in zwarte letters de tekst: 'I'm a fucking queer' (1980-2000)

Boekcover 'Queer people: [the truth about homosexual's way that everyone should know' door Douglas Plummer. De homoseksuele auteur geeft een persoonlijk overzicht van homoseksualiteit in Groot-Brittannië, met veel aandacht voor de rechtspositie van homo's. Uitgegeven door: Roberts and Vinter in Londen (1965)

Affiche 'Over Our Dead Bodies! Outrage! Act Up. Queer Nation San Francisco.' (Jaartal onbekend)

Tijdschriftartikel 'Queer, wat is dat?' door Breche de Koning voor Zij aan Zij. Beschrijving van het woord Queer, dat door de decennia heen steeds opnieuw geladen is met betekenis (2014)

Boekcover 'Queer' door David J. Getsy. Uitgegeven door: Whitechapel Gallery in Londen (2016)

Literatuur en bronnen

Over Queer Nation:
Wikipedia-artikel.
Website Queer Nation.
IHLIA: A queer nationalism  / Alexander S. Chee, Maria Maggenti. In: Out/Look (1991) 11 (winter), p. 15-17, 19 // Het ontstaan van de actiegroep 'Queer Nation' in de V.S. als alternatief op 'Act Up', waarin ook potten meedoen.

Over Queer Theory.

Queer theory: lesbian and gay sexualities : an introduction  / Teresa de Lauretis. In: Differences: A Journal of Feminist Cultural Studies, 3 (1991) 2 (summer), p. iii-xvii

Bodies that matter : on the discursive limits of "sex"  / Judith Butler. - New York, NY [etc.]: Routledge, 2011 - xxx, 219 p. // Oorspr. uitg.: 1993.

Filter