Jacob Israël de Haan
Jacob Israël de Haan (1881-1924) schreef in 1904 de eerste Nederlandse roman waarin sprake was van een openlijke homoseksuele relatie. Naast zijn literaire en academische carrière, reisde De Haan als politiek activist naar Rusland en Palestina. Zijn uitgesproken mening over de Joodse staat heeft hem uiteindelijk het leven gekost.
Auteur: Kiki Ernst
Thema: Iconen, Cultuur, Religie, Politiek, Protest
Vroege leven en opleiding

Jacob Israël de Haan werd in 1881 geboren in een orthodox-joods gezin. Hij had zeventien broers en zussen. Een van zijn zussen was schrijfster Carry van Bruggen, wier werk in 2002 is opgenomen in de Canon van de Nederlandse Letterkunde. De Haan groeide op in Zaandam, maar verhuisde in 1896 naar Haarlem om een opleiding tot onderwijzer te volgen. Later studeerde hij rechten in Amsterdam.

De Haan wendde zich kort af van het joodse geloof en werd lid van de SDAP, de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Daarnaast werkte hij voor het socialistische dagblad Het Volk. In 1907 trouwde hij met Amsterdamse kinderarts Johanna van Maarseveen, ook al stond De Haan bij zijn vrienden bekend als homo. Het echtpaar kreeg geen kinderen, en vrienden van De Haan geloofden dat het om een ‘verstandshuwelijk’ ging.

Dichtbundels en romans

Vanaf 1900 publiceerde De Haan in literaire tijdschriften. In 1904 verscheen zijn eerste roman: Pijpelijntjes. Deze titel verwijst naar de Amsterdamse wijk De Pijp waar het verhaal zich afspeelt. Vanwege de homoseksuele thematiek in het boek werd De Haan door hoofdredacteur P.L. Tak ontslagen bij Het Volk. Hij verloor ook zijn baan als onderwijzer. Zelfs homoseksuele vrienden van De Haan bekritiseerden het boek. Zij vonden dat hij homoseksualiteit te negatief had beschreven.

Schrijver Arnold Aletrino had zich publiekelijk uitgesproken voor de acceptatie van homoseksualiteit, en was een goede vriend van De Haan. Hij verscheen als herkenbaar personage in Pijpelijntjes, en het boek werd aan hem opgedragen. Aletrino schrok hiervan en kocht zoveel mogelijk van de boeken op te om ze te vernietigen. De Haan hielp mee met de actie van Aletrino. Ondertussen herschreef hij het boek voor de tweede druk. De nieuwe versie bevatte geen referenties naar Aletrino, maar de homoseksuele relatie tussen de hoofdpersonen stond nog steeds centraal.

De volgende roman, Pathologieën, over het gevoelsleven van een homoseksuele jongen, zorgde voor minder controverse, maar kreeg wel kritiek. Auteur Frederik van Eeden – tevens vriend van De Haan – vond het boek een kopie van zijn eigen werk. De Haan besloot vanwege deze kritiek geen romans meer te schrijven: “Ik schrijf geen proza meer. Ik kan het niet meer. U zult zeggen: je hebt ’t nooit gekund. Misschien hebt u gelijk. Wie zal het rechten?’ Wel publiceerde De Haan vanaf 1914 publiceerde meerdere dichtbundels waarin homoseksualiteit een belangrijke rol speelde.

Het werk van De Haan kreeg tijdens zijn leven weinig aandacht, maar met de opkomst van de homo-emancipatie in Nederland in de jaren zeventig, ontstond hernieuwde belangstelling voor zijn werk. Zo staat op het Homomonument dat in 1987 onthuld werd in Amsterdam een tekst van De Haan: ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’.

Politiek en activisme

In 1912 ondernam De Haan een aantal reizen naar tsaristisch Rusland. Hij onderzocht de situatie van politieke gevangenen en publiceerde zijn bevindingen. Samen met Van Eeden en dichteres Henriette Roland Holst zette hij een comité op en verzamelde handtekeningen om Engeland en Frankrijk te overtuigen druk uit te oefenen op hun bondgenoot Rusland zodat de gevangenen het beter zouden krijgen.

De Haan keerde terug naar het joodse geloof en werd zionist. Hij sloot zich aan bij het Joods Nationaal Fonds, dat geld ophaalde voor het stichten van een Joodse staat. Toen De Haan in 1919 van Nederland naar Palestina emigreerde veranderde hij van gedachte. In zijn ogen hadden de Joden hun religie uit het oog verloren, waardoor ze nog niet klaar waren om een eigen staat te stichten. Hij sloot zich aan bij Edah HaChareidis, een antizionistische organisatie, en wilde een staat waarin Joden en Arabieren gelijk waren. Daarnaast werkte De Haan in Palestina als correspondent voor het Algemeen Handelsblad. Zijn stukken werden vaak gecensureerd, wat hem frustreerde.

In 1923 sloot De Haan zich aan bij antizionistische, orthodoxe beweging Agoedath Israël. Dat jaar ontving De Haan een serieuze doodsbedreiging waarin stond dat hij voor 24 mei het land moest verlaten, en anders doodgeschoten zou worden. Na de 24ste te hebben overleefd schreef De Haan: ‘Ach – hoe onnozel is de vijf-en-twintigste, wanneer men den vier-en-twintigste niet vermoord is.’

Vermoord

Op maandag 30 juni 1924 werd Jacob Israël de Haan doodgeschoten in Jeruzalem. De zionistische organisatie Hagana bleek verantwoordelijk. De moord was gepleegd met medeweten van Itzhak Ben-Zvi, leider van de Hagana die later de tweede president van Israël zou worden.  De begrafenis van De Haan werd door ongeveer 5000 mensen bijgewoond.

Vanwege zijn politieke activisme in Rusland werd hij beschreven als een ‘voorloper van Amnesty International’ in een publicatie van deze organisatie. Ook na zijn vroegtijdige dood is de stem van De Haan hoorbaar in de Nederlandse lhbti+-gemeenschap. Op het homomonument is een regel uit zijn gedicht Aan een jonge Visser opgenomen: ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’.

VERDER LEZEN/KIJKEN

In 2015 werd Onrust. Het leven van Jacob Israël de Haan, 1881-1924 uitgebracht door biograaf Jan Fontijn.

Fotocredits
Getoonde materialen komen uit het IHLIA-archief, tenzij anders vermeld. Van links naar rechts, boven naar beneden:

Brochure met informatie over het boek Pijpelijntjes door Prisma

Boekcover 'Onrust: Het leven van Jacob Israël de Haan, 1881 - 1924 door Jan Fontijn. Biografie van de schrijver/journalist Jacob Israël de Haan die met de publicatie van het boek 'Pijpelijntjes' in 1904 over de relatie tussen twee jonge homomannen veel opschudding veroorzaakte. Uitgegeven door: Bezige Bij in Amsterdam (2015)

Boekcover 'Storm en tederheid: de persoonlijkheid van Jacob Israël de Haan' door Jan Fontijn. In Tederheid en storm beschrijft Jan Fontijn de rusteloze persoonlijkheid van Jacob Israël de Haan (1881-1924). Om tevens een indruk te geven van de feuilletons van De Haan in het Algemeen Handelsblad zijn er tien geselecteerd en opgenomen in dit boek. Uitgegeven door: Buitenkant in Amsterdam (2012)

Cover van poëziebundel 'Ik ben een jongen te Zaandam geweest: een bloemlezing' door Jacob Israël de Haan ; samengest. en ingel. door Gerrit Komrij. Uitgegeven door: Bakker in Amsterdam (1982)

Literatuur en bronnen

‘Jacob Israël de Haan’. Op Wikipedia.

Maurice Blessing, ‘Jacob Israël de Haan (1881-1924). Een ongewenste zionist’. Historische Nieuwsblad

Vlogboek, ‘De Vitrine: Jacob Israël de Haan – VLOGBOEK’. Op YouTube (30 april 2018):

Filter