Rolf A. Döhrn
Rolf A. Döhrn (1927-2009) was een geboren Duitser die het grootste deel van zijn leven in Nederland gewoond heeft. Als Duits homoseksueel had hij het niet altijd even makkelijk in het naoorlogse Nederland. Toch is hij gebleven, en heeft er het beste van gemaakt.
Auteur: Patrieck de Haan
Thema: Iconen
Bang voor alles

Rolf A. Döhrn werd op 14 februari 1927 geboren in Mülheim, een klein dorpje tussen Essen en Duisburg. Zijn vader verliet het gezin al op jonge leeftijd en zodoende was zijn moeder tijdens zijn jeugd gedwongen volledige dagen te werken. Döhrn groeide op bij zijn tante, oma en overgrootmoeder, die hem weinig liefde gaven en meer zagen in zijn stoere neefje en leeftijdsgenootje Paul.

Döhrn was angstig aangelegd, een feit dat op weinig compassie kon rekenen van zijn tante en oma. Toen het steeds slechter met hem ging besloot zijn moeder om in te gaan op de avances van een oudere Amsterdamse man en richting Nederland te verhuizen.

Zodoende verhuisde Döhrn op zevenjarige leeftijd naar de Nederlandse hoofdstad en trok in bij de Joodse heer Victor Romijn, een echte gentleman, zo beschrijft hij in zijn autobiografie. Het was ingewikkeld om een school te vinden die hem toeliet, als Duitser. Hitler was in Duitsland inmiddels al aan de macht en toen er eenmaal een school was gevonden, werd het er voor Döhrn niet veel makkelijker op.

Zelf zei hij erover: ‘Ik werd (…) slechts als die rotmof gezien. Daar speelde je niet mee. Ik werd naar hartenlust gepest en geplaagd.’ In 1939 verhuisden Romijn en zijn moeder naar Haarlem. Hier kreeg Rolf voor het eerst in zijn leven rust – hij had inmiddels geleerd dat agressie effectief was tegen pesterijen – en maakte hij een redelijk prettige periode door.

De mooiste jaren zijn mij grotesk ontnomen

Döhrn was dertien toen de oorlog uitbrak, en achttien toen die eindigde. Hij ervoer het als een periode van totale chaos. ‘Alles wat tot nu toe normaal was geweest, werd abnormaal en alles dat tot nu toe fout was geweest werd goed.’

Eind 1942 werd hem min of meer opgelegd zich als Duitse Nederlander aan te sluiten bij de Hitlerjugend. In 1943 werd Romijn verzocht zich te melden bij de Hollandsche Schouwburg om zich voor te bereiden om op transport te gaan. Döhrn deed nog een verwoede poging zijn invloed als Hitlerjugend-lid in te zetten om Romijn vrij te krijgen, maar tevergeefs. Na de oorlog hoorde Rolf dat Victor Romijn omgekomen was in Auschwitz. Döhrn heeft ook enkele Joden helpen onderduiken, maar kon dankzij zijn nog jonge leeftijd verder weinig impact maken.

Tijdens zijn periode bij de Hitlerjugend kreeg Döhrn zijn eerste geheime relatie met een jongen. Zijn eerste seksuele ervaring had hij al voor de oorlog gehad, maar op vijftienjarige leeftijd kon het veel vastere vormen aannemen. Er was uiteraard geen enkele mogelijkheid om hiermee uit te komen, noch bij de Hitlerjugend, noch thuis.

In februari 1945 werd Rolf achttien en ontving hij een oproepbevel om zich te melden in Berlijn en zich aan te sluiten bij het Duitse leger. Hij besloot, in overleg met zijn moeder, dat hij moest onderduiken. In eerste instantie bij een bevriende familie in Haarlem, maar toen die het niet meer volhielden dook hij onder bij zijn moeder in haar woning in Amsterdam.

Twee keer kwamen mannen van de Feldgendarmerie langs, maar ze vonden hem niet. Hadden ze dit wel gedaan, dan had dat zeer waarschijnlijk standrechtelijke executie betekent voor hem en zijn moeder. In mei werd hun verteld dat het Duitse leger gecapituleerd had. Döhrn hoefde niet meer onder te duiken, maar hij bleef wel een Duitser in het bevrijde Nederland – een lastige positie.

Roze Duitser

Na de oorlog pakte Döhrn zijn leven weer op, maar het was niet gemakkelijk. Hij rondde een opleiding tot architect af, maar daar ervoer hij veel tegenwerking in. Toen hij een tijdje gelukkig was met een vriend besloot die vriend toch voor meisjes te kiezen. Zijn moeder wist ook niet hoe het nu verder moest met haar zoon, en onder druk van onder anderen de moeder van het vriendje kwam Rolf in een heel traject aan psychiaters terecht om hem van zijn homoseksualiteit af te helpen.

Uiteindelijk accepteerde Döhrn dat hij toch echt het gelukkigst werd van mannen en niet wilde veranderen. Hij had een eerste vaste relatie in 1951 en was daarna vanaf 1953 tien jaar samen met een balletdanser, Benjamin. Tijdens de jaren zestig kreeg hij een relatie met de Afro-Amerikaanse danser Sylvester, die zich bij de balletgroep van Benjamin aansloot. Vanaf 1972 was hij samen met zijn partner Heinz, die hij in Berlijn had ontmoet. Heinz overleed in 2007.

In de laatste jaren van zijn leven schreef Döhrn aan zijn autobiografie, die hij een paar weken voor zijn dood in 2009 nog in zijn handen heeft mogen houden. Hij wilde in zijn boek graag vertellen hoe ingewikkeld het was als Duitser in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, en ook hoe lastig het was om homoseksueel te zijn in een periode waarin homoseksualiteit nog veelal als een ziekte gezien werd.

Met zijn autobiografie, Mijn bizarre leven als roze Duitser, heeft Döhrn iets blijvends kunnen nalaten en een bijdrage kunnen leveren aan de lhbti+-geschiedenis met een waardevol nieuw perspectief op de oorlogsjaren en daarna.

Fotocredits
Getoonde materialen komen uit het IHLIA-archief, tenzij anders vermeld. Van links naar rechts, boven naar beneden:

Boekcover 'Mijn bizarre leven als roze Duitser' door Rolf A. Döhrn; met voorw. door Chris Jans. Uitgegeven door: Aristos in Rotterdam (2009)

Literatuur en bronnen

Rolf A. Döhrn, Mijn bizarre leven als roze Duitser (Amsterdam 2009).

Redaktie Historie & Politiek, ‘“Roze Duitser” Rolf A. Döhrn te Amsterdam overleden’. In Gaynews, 28 november 2009.

Filter