Vroege studies intersekse
Intersekse is een moeilijk te definiëren conditie, aangezien het ingaat tegen het aangeleerde patroon om mensen biologisch in te delen in twee categorieën: man en vrouw. Het heeft een lange geschiedenis, waarin uiteenlopende houdingen aangenomen zijn ten opzichte van het verschijnsel en het bovendien vele namen gekend heeft.
AUTEUR: Patrieck de Haan
THEMA: Iconen, Gender
Hermafroditisme

Voordat de term ‘intersekse’ ingeburgerd raakte in het Engels is lange tijd de term ‘hermafroditisme’ gebruikt om mensen aan te duiden die niet ‘volledig’ of man of vrouw waren. Dit woord is al oud en komt oorspronkelijk uit het Grieks, waar het verwijst naar Hermaphroditus, de zoon van Hermes en Aphrodite die volgens de mythologie één werd met de waternimf Salmacis en sindsdien qua fysiek zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen had.

De term werd vanaf de veertiende eeuw overgenomen in de Engelse taal en na verloop van tijd gebruikt om min of meer alles aan te duiden wat niet vrouwelijk of mannelijk was.

In een recente antropologische studie over intersekse personen beschrijft Katrina Karkazis deze ontwikkeling. Het woord werd volgens haar tijdens de achttiende en negentiende eeuw ‘emblematic for all kinds of sexual ambiguity and associated with all practices that appeared to blur or erase the lines between the sexes’.

Ook homoseksualiteit, in de negentiende nog vaak ‘uranisme’ genoemd, werd hier bijvoorbeeld een tijdlang onder geschaard.

Kennis over mannelijke en vrouwelijke genen of mannelijke en vrouwelijke hormonen ontbrak nog en het gedachtegoed was nog sterk gebaseerd op de klassieke kijk op Hermaphroditus als zowel volledig man als volledig vrouw.

In de jaren dertig van de negentiende eeuw ontstonden de eerste pogingen tot categorisering van het fenomeen hermafroditisme. Zo benoemde de Britse medicus James Simpson in de jaren dertig van de negentiende eeuw de categorieën ‘spurious’ (onecht) en ‘true’ (echt) hermafroditisme. Een voorbeeld van de eerste was bijvoorbeeld het hebben van een vergrote clitoris, een voorbeeld van het tweede het hebben van zowel eierstokken als testikels.

In de jaren zeventig van de negentiende eeuw werkte de Duitse patholoog Edwin Klebs deze theorie verder uit. Hij veranderde de terminologie in ‘pseudo’ en ‘true’, waarbij hij, anders dan Simpson, alleen nog maar keek naar de geslachtsorganen. Pseudo betekende dat iemand óf eierstokken bezat óf testikels, true betekende dat iemand beide bezat.

De woorden zijn nog zeer lang gebruikt in als officiële medische termen, maar worden recentelijk vaak vervangen door variaties op het woord ‘intersekse’. Hermafroditisme wordt nog wel gebruikt om dieren aan te duiden die voortplantingscellen aanmaken van beide geslachten, iets dat binnen de menselijke biologie onmogelijk is.

Interseksualiteit

De categorisatie van Klebs werd problematisch toen bleek dat mensen bijvoorbeeld wel testikels hadden maar er qua uiterlijk volledig vrouwelijk uitzagen. Volgens Klebs zouden dit ‘mannen’ zijn, maar iedereen had wel door dat zo’n geslachtstoewijzing absurd was, al was het maar omdat de personen in kwestie daar zelf vaak heel ongelukkig mee waren.

In de eerste jaren van de twintigste eeuw werden er belangrijke biologische ontdekkingen gedaan, zoals het definiëren van mannelijke en vrouwelijke hormonen (testosteron/oestrogeen) en geslachtsspecifieke chromosomen (XX genoemd bij vrouwen en XY bij mannen).

In 1917 nam de Amerikaans-Duitse geneticus Richard Goldschmidt tijdens onderzoek met motten waar dat het geslacht tot op zekere leeftijd variabel was. Het hing deels samen met de geslachtsorganen, maar ook deels met de hormoonproductie van de dieren, die tot een bepaalde leeftijd nog fluctueerde. Het fenomeen van geslacht was volgens hem een spectrum, en hij bedacht daarvoor het woord ‘interseksualiteit’.

In 1943 opende de Grieks-Engelse endocrinoloog Alexander Cawadias de aanval op de theorie van Klebs, die in die tijd nog zeer gangbaar was. Hij stelde dat er niet zoiets bestond als ‘echt’ hermafroditisme als ‘derde’ sekse, omdat mensen in tegenstelling tot dieren niet volledig functionerende vrouwelijke én mannelijke voortplantingsorganen kunnen hebben. Alle menselijke geslachtsdeviaties zitten tussen de twee uitersten in die de samenleving ‘man’ en ‘vrouw’ genoemd heeft.

Onder invloed van Cawadias en andere artsen kwam de nadruk bij behandeling van personen met een intersekseconditie langzaam te liggen bij de fysiologische kenmerken. Dit in tegenstelling tot de nog invloedrijke theorie van onder anderen Klebs, waarbij er alleen werd gekeken naar de inwendige geslachtsorganen.

In 1955 introduceerde de Nieuw-Zeelands-Amerikaanse seksuoloog John Money het begrip ‘gender’, dat hij overnam uit de taalkunde, om een onderscheid aan te geven tussen culturele fenomenen mannelijkheid en vrouwelijkheid ten opzichte van de louter biologische termen ‘man’ en ‘vrouw’. In 1965 opende hij aan de Johns Hopkins University de eerste Gender Identity Clinic, waar hij een jaar later voor het eerst iemand opereert en een ‘sexual reassignment’ (geslachtsaanpassende operatie) uitvoert.

In Nederland werd in 1975 de eerste landelijke genderpoli opgericht in het VU-ziekenhuis. Deze kliniek is anno 2021 de grootste Nederlandse aanbieder van transgender- en interseksezorg van het land. Naast mensen die transgender zijn en zich zodoende in eerste instantie niet identificeerden met de genderkenmerken die hun lichaam vertoont, helpt de kliniek ook personen met een intersekseconditie die last hebben van het feit dat hun lichamelijke kenmerken niet volledig overeenkomen met hun genderidentiteit.

De Stichting NNID (Nederlands Netwerk Intersekse/DSD) benadrukt dat intersekse vaak ten onrechte met transgender geassocieerd wordt, terwijl het twee totaal verschillende condities zijn.

VERDER LEZEN/KIJKEN

Een antropologische studie naar de perceptie van intersekse personen op hun biologische conditie in de Verenigde Staten – Katrina Karkazis, Fixing Sex. Intersex, Medical Authority, and Lived Experience (Durham, NC, 2008).

De website van de NNID, met bijvoorbeeld de meest up-to-date wetenschappelijke informatie over mensen met een intersekseconditie.

Fotocredits
Getoonde materialen komen uit het IHLIA-archief, tenzij anders vermeld. Van links naar rechts, boven naar beneden:

Boekcover 'Hermaphrodites and the medical invention of sex' door Alice Domurat Dreger. Uitgegeven door: Harvard University Press in Cambridge, VS (1998)

Boekcover 'Les défaitistes de l'amour: étude anecdotique, médicale et historique sur les égarements de l'instinct et la stérilité volontaire' door Albert Chapotin. Uitgegeven door: Le Livre pour tous in Parijs (1935)

Boekcover 'Gestoorde geslachtsontwikkeling bij kinderen' onder red. van A.J.C. Huffstadt; met verdere medew. van G.J.P.A. Anders ... [et al.]. Uitgegeven door: Stafleu in Leiden (1975)

Lezing 'Hermaphrodisie en uranisme: voordracht den 5en Juni 1908 te Amsterdam voor de candidaten van de Juridische Faculteit van het A.S.C. gehouden' door A. Aletrino. Uitgegeven door: Van Rossen in Amsterdam (1908)

Literatuur en bronnen

Miriam van der Have, ‘Voeg een I toe aan LHBT: intersekse uit de onzichtbaarheid’. In Het Parool, 1 augustus 2014.

Margriet van Heesch, ‘85.000 Nederlanders hebben een intersekseconditie. Tijd om hen te leren kennen’. Op De Correspondent, 20 juli 2016.

Katrina Karkazis, Fixing Sex. Intersex, Medical Authority, and Lived Experience (Durham, NC, 2008) 31-46.

Filter